noun
vraag
A1
Frage is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent „vraag”. Meervoud: Fragen. Het woord wordt regelmatig verbogen: die Frage, die Fragen. Veelgebruikte combinaties zijn eine Frage stellen en auf eine Frage antworten.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Die Studentin beantwortete die Frage, die der Professor stellte, nachdem sie noch kurz nachdachte.
De studente beantwoordde de vraag die de professor stelde, nadat ze nog even had nagedacht.
Ich habe eine Frage.
Ik heb een vraag.
Hast du eine Frage?
Heb je een vraag?
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
stel je iemand voor die zijn hand opsteekt met een vraagteken erboven (Frage)
klinkt een beetje als Engels «frag» — onthoud: vragen = een vraag stellen
die Frage — stel je een vrouwelijke lerares voor die een vraag stelt (die = vrouwelijk)
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Vrouwelijk zelfstandig naamwoord; meervoud «Fragen».