noun
pauze, onderbreking, rust
A1
Pause is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘pauze’ of ‘onderbreking’. Meervoud: Pausen. Veelgebruikte combinaties: eine Pause machen, in der Pause. Je gebruikt het voor werk, studie, sport of een voorstelling. Regelmatige verbuiging.
Voorbeelden
Die Pause dauert fünfzehn Minuten.
De pauze duurt vijftien minuten.
Nach zwei Stunden Arbeit machen wir eine kurze Pause.
Na twee uur werken nemen we een korte pauze.
Die Studenten machten eine Pause, weil ihre Konzentration nachließ und sie neue Energie brauchten.
De studenten namen een pauze omdat hun concentratie afnam en ze nieuwe energie nodig hadden.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand voor die zit en een Pause neemt met een koffie
pause ~ pause (Engels)
die -> stel je een vrouwelijke kloklint voor voor pauzes (vrouwelijk)
Opmerkingen
Pause is vrouwelijk en wordt vaak gebruikt voor korte pauzes op het werk of op school.