noun
februari
B1
Feber betekent ‘februari’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Feber; meervoud blijft gelijk: Feber. Deze vorm komt vooral voor in Oostenrijk en in het zuiden van het Duitstalige gebied. In het standaardduits zegt men vaker Februar.
Voorbeelden
Im Feber ist es in den Alpen oft sehr kalt.
In februari is het in de Alpen vaak erg koud.
Die Krankenschwester forderte Ruhe, weil das Kind seit der Nacht Feber hatte.
De verpleegster eiste stilte omdat het kind sinds de nacht koorts had.
Im Feber beginnt bei uns oft der Karneval.
In februari begint hier vaak het carnaval.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een kalenderpagina voor met ‘Feber’ erop en winterafbeeldingen (sneeuwvlok).
Klinkt als het Engelse ‘fever’, maar met een b — onthoud dat het een maand is, geen ziekte.
Der Feber — der (mannelijk). Denk aan ‘der Monat’ (de maand) — maanden worden in sommige dialectcontexten vaak met der gebruikt.
Opmerkingen
Feber is een regionale vorm (Oostenrijks, zuidelijk) voor februari (Standaardduits: Februar). Het kan worden verward met ‘Fieber’ (koorts) — let op de spelling en de context.