Feber

noun
februari
B1

Feber betekent ‘februari’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Feber; meervoud blijft gelijk: Feber. Deze vorm komt vooral voor in Oostenrijk en in het zuiden van het Duitstalige gebied. In het standaardduits zegt men vaker Februar.

Voorbeelden

Im Feber ist es in den Alpen oft sehr kalt.
In februari is het in de Alpen vaak erg koud.
Die Krankenschwester forderte Ruhe, weil das Kind seit der Nacht Feber hatte.
De verpleegster eiste stilte omdat het kind sinds de nacht koorts had.
Im Feber beginnt bei uns oft der Karneval.
In februari begint hier vaak het carnaval.

Details

MeervoudFeber

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Feberdie Feber
genitivedes Febersder Feber
dativedem Feberden Febern
accusativeden Feberdie Feber

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een kalenderpagina voor met ‘Feber’ erop en winterafbeeldingen (sneeuwvlok).
👂Klinkt als het Engelse ‘fever’, maar met een b — onthoud dat het een maand is, geen ziekte.
⚧️Der Feber — der (mannelijk). Denk aan ‘der Monat’ (de maand) — maanden worden in sommige dialectcontexten vaak met der gebruikt.

Opmerkingen

Feber is een regionale vorm (Oostenrijks, zuidelijk) voor februari (Standaardduits: Februar). Het kan worden verward met ‘Fieber’ (koorts) — let op de spelling en de context.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek