noun
verleden
B1
Vergangenheit is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘verleden’ of ‘het verleden’. Meervoud: Vergangenheiten, maar dat is zeldzaam. Vaak in de uitdrukking in der Vergangenheit. Gewone verbuiging: der Vergangenheit, der Vergangenheit. Komt ook voor met aus of in die Vergangenheit.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
In der Vergangenheit war alles anders.
In het verleden was alles anders.
Der Manager erinnerte an Fehler in der Vergangenheit, weil die neuen Regeln solche Fehler verhindern sollten.
De manager herinnerde aan fouten uit het verleden, omdat de nieuwe regels zulke fouten moesten voorkomen.
Die Vergangenheit ist vorbei.
Het verleden is voorbij.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een fotoalbum voor met het label «Vergangenheit», vol oude foto’s.
die Vergangenheit — denk aan «die Zeit» (de tijd), dat ook vrouwelijk is, om het geslacht te onthouden.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Wordt gebruikt als abstract zelfstandig naamwoord voor het verleden en in samenstellingen (bijv. «in der jüngeren Vergangenheit»).