noun
fax
A1
Fax is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Fax. Het betekent ‘fax’ als verzonden document of als apparaat. Meervoud: Faxe. Genitief: des Fax(e)s, waarbij -e optioneel is. Het woord wordt normaal verbogen, zonder vaste prepositie. In het dagelijks gebruik zegt men vaak gewoon Fax.
Voorbeelden
Bitte schicken Sie das Dokument per Fax.
Stuur het document alstublieft per fax.
Ich habe ein Fax bekommen.
Ik heb een fax gekregen.
Der Anwalt sandte ein Fax an die Firma, nachdem er die Unterlagen unterschrieben hatte.
De advocaat stuurde een fax naar het bedrijf nadat hij de documenten had ondertekend.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een oude faxmachine voor die een vel papier uitspuugt met «FAX» erop.
Hetzelfde als het Engelse «fax» — makkelijk te onthouden
das Fax — stel je een neutrale grijze machine voor
Opmerkingen
Meervoud vaak «Faxe» of «Faxgeräte» in formele contexten.