noun
bestuurder, chauffeur
A1
Fahrer is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent „bestuurder” of „chauffeur”. Vrouwelijke vorm: Fahrerin; meervoud: Fahrer. Genitief: des Fahrers. Veelgebruikt in verkeer, beroepen en officiële documenten.
Voorbeelden
Der Fahrer hält an der Haltestelle.
De chauffeur stopt bij de halte.
Die Polizei überprüfte die Papiere des Fahrers, weil es Hinweise auf einen Unfall gab.
De politie controleerde de papieren van de bestuurder omdat er aanwijzingen voor een ongeluk waren.
Der Fahrer des Busses war sehr freundlich.
De buschauffeur was erg vriendelijk.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een persoon achter het stuur voor.
Klinkt als «far-er» — iemand die ver rijdt in een voertuig.
der (mannelijk) — denk aan «der Fahrer» als een man die rijdt.
Opmerkingen
De vrouwelijke vorm is «die Fahrerin».