Fahrer

noun
bestuurder, chauffeur
A1

Fahrer is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent „bestuurder” of „chauffeur”. Vrouwelijke vorm: Fahrerin; meervoud: Fahrer. Genitief: des Fahrers. Veelgebruikt in verkeer, beroepen en officiële documenten.

Voorbeelden

Der Fahrer hält an der Haltestelle.
De chauffeur stopt bij de halte.
Die Polizei überprüfte die Papiere des Fahrers, weil es Hinweise auf einen Unfall gab.
De politie controleerde de papieren van de bestuurder omdat er aanwijzingen voor een ongeluk waren.
Der Fahrer des Busses war sehr freundlich.
De buschauffeur was erg vriendelijk.

Details

Meervouddie Fahrer

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Fahrerdie Fahrer
genitivedes Fahrersder Fahrer
dativedem Fahrerden Fahrern
accusativeden Fahrerdie Fahrer

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een persoon achter het stuur voor.
👂Klinkt als «far-er» — iemand die ver rijdt in een voertuig.
⚧️der (mannelijk) — denk aan «der Fahrer» als een man die rijdt.

Opmerkingen

De vrouwelijke vorm is «die Fahrerin».

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek