Fähre

noun
veerboot, ferry
B1

Fähre betekent ‘veerboot’ of ‘ferry’: een schip voor een overtocht over water. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Fähre; meervoud: die Fähren. Vaak gebruikt in de combinatie mit der Fähre. Gewone verbuiging, met umlaut in het meervoud.

Voorbeelden

Wir nehmen die Fähre, um auf die Insel zu gelangen.
We nemen de veerboot om op het eiland te komen.
Das Auto blieb auf der Fähre, während die Passagiere an Deck frische Luft suchten.
De auto bleef op de veerboot staan, terwijl de passagiers op het dek naar frisse lucht zochten.
Wir nehmen die Fähre zur Insel.
We nemen de veerboot naar het eiland.

Details

MeervoudFähren

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedie Fähredie Fähren
genitiveder Fähreder Fähren
dativeder Fähreden Fähren
accusativedie Fähredie Fähren

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een kleine boot voor waar passagiers aan boord gaan — dat is de ferry.
👂Klinkt als „fairy” — stel je een ferry voor die „Fairy” heet om „Fähre” te onthouden.
⚧️Vrouwelijk (die): stel je een vrouwelijke kapitein voor die zegt: „die Fähre ist bereit”.

Opmerkingen

Meervoud: Fähren. Veelgebruikt woord voor korte bootverbindingen en vervoer naar eilanden.

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek