noun
dienstregeling, rooster
A2
Fahrplan (m.) betekent ‘dienstregeling’ of ‘timetable’, vooral bij trein en bus. Meervoud: Fahrpläne. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord met regelmatige verbuiging; veel gebruikt in reis- en vervoerscontexten.
Voorbeelden
Ich schaue den Fahrplan, um die Abfahrtszeit zu finden.
Ik kijk in de dienstregeling om de vertrektijd te vinden.
Der Busfahrer beachtete den Fahrplan, obwohl es wegen eines Unfalls Verzögerungen gab, sodass viele Fahrgäste länger warten mussten.
De buschauffeur hield zich aan de dienstregeling, hoewel er door een ongeluk vertraging was, zodat veel passagiers langer moesten wachten.
Der Zug steht nicht im Fahrplan, er hat Verspätung.
De trein staat niet in de dienstregeling; hij heeft vertraging.
Details
Ezelsbruggetjes
Een poster op het station met tijden erop.
Fahr (rijden) + plan = rijplan -> dienstregeling.
der — denk aan ‘der Plan’ (mannelijk) om ‘der Fahrplan’ te onthouden.
Opmerkingen
Wordt vaak gebruikt op stations en in het openbaar vervoer.