noun
vertrek, opstijging
A1
Abflug is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent „start” of „vertrek” van een vliegtuig. Meervoud: Abflüge. Genitief enkelvoud: des Abflugs. Het woord komt vaak voor op luchthavens en in combinaties als Abflug nach (bestemming) en Abflug von (vertreklocatie).
Voorbeelden
Auf der Anzeige steht: Abflug nach München 18:00.
Op het display staat: vertrek naar München om 18:00.
Wegen des Abflugs um sechs Uhr mussten die Passagiere, die spät ankamen, ihren Platz aufgeben.
Vanwege het vertrek om zes uur moesten de passagiers die laat aankwamen hun plaats afstaan.
Der Abflug ist um 10 Uhr.
Het vertrek is om 10 uur.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een vliegtuigicoon voor met het label «Abflug» op het vertrekbord.
Abflug ~ «off-flight» (vlucht die vertrekt).
der — denk aan «der Flug» (mannelijk), dus «der Abflug» is ook mannelijk.
Opmerkingen
Wordt vaak gebruikt op vertrekborden op luchthavens samen met «Ankunft» (aankomst).