verb
opvoeden, onderwijzen
B1
erziehen is een sterk werkwoord: ‘opvoeden’, ‘grootbrengen’ of ‘onderwijzen’. Voltooid deelwoord: erzogen; präteritum: erzog. Niet-scheidbaar en niet-wederkerend. Neemt vaak een lijdend voorwerp: ein Kind erziehen.
Voorbeelden
Eltern erziehen ihre Kinder oft mit viel Geduld.
Ouders voeden hun kinderen vaak met veel geduld op.
Meine Großeltern haben mich erzogen.
Mijn grootouders hebben mij opgevoed.
Die Eltern erzogen die Kinder streng, weil sie glaubten, dass Disziplin wichtig war.
De ouders voedden de kinderen streng op, omdat ze geloofden dat discipline belangrijk was.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je ouders voor die een kind de trap op begeleiden — zij «erziehen» het kind
klinkt als «air-tsee-hen» — stel je voor dat je een kind instopt (opvoeden)
Opmerkingen
Onregelmatig (sterk) werkwoord: Präteritum «erzog», Partizip II «erzogen». Het voorvoegsel «er-» is onscheidbaar. Veelvoorkomende combinaties: «Kinder erziehen», «streng erziehen».