verb
verhogen, optrekken, vermeerderen
B1
erhöhen betekent „verhogen”, „doen toenemen” of „optillen”. Het is een regelmatig, zwak werkwoord, niet-scheidbaar en meestal overgankelijk: etwas erhöhen. Voltooid deelwoord: erhöht; perfect met haben. Veel gebruikt in economie, politiek en technische contexten.
Voorbeelden
Die Firma plant, die Preise im nächsten Jahr zu erhöhen.
Het bedrijf is van plan de prijzen volgend jaar te verhogen.
Die Firma erhöhte die Preise.
Het bedrijf verhoogde de prijzen.
Die Temperatur hat sich erhöht.
De temperatuur is gestegen.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een schuifregelaar voor die omhoog wordt gezet met een groot + teken en het label «erhöhen».
Klinkt als «error-hane» — stel je voor dat je een fout herstelt door een waarde te verhogen.
Opmerkingen
« erhöhen » is een onscheidbaar werkwoord (er-). Het is een regelmatig (zwak) werkwoord en gebruikt « haben » als hulpwerkwoord in samengestelde tijden. Het wordt vaak overgankelijk gebruikt (« erhöhen etwas »).