verb
relax, unwind, loosen (e.g., muscles)
B1
entspannen is een regelmatig werkwoord en betekent ‘ontspannen’, ‘tot rust komen’ of ‘spieren losmaken’. Voltooid deelwoord: entspannt; perfectum met haben. Het kan wederkerend zijn (sich entspannen) of transitief: iemand ontspannen, spieren ontspannen. Niet scheidbaar.
Voorbeelden
Er entspannte sich im Garten.
Hij ontspande zich in de tuin.
Die Wärmepackung entspannt die verspannten Muskeln.
Het warmtekussen ontspant de gespannen spieren.
Am Wochenende entspanne ich gerne bei einem guten Buch.
In het weekend ontspan ik graag met een goed boek.
Details
Ezelsbruggetjes
picture someone lying on a spa bed slowly unwinding tension
sounds like 'ent-spahn-nen' — imagine a spa to relax
Opmerkingen
entspannen can be used reflexively (sich entspannen = to relax oneself) or non-reflexively (jemanden entspannen = to relax someone / something). Prefix ent- is inseparable. Commonly uses haben in compound tenses when non-reflexive; reflexive uses sein/haben depending on construction of the reflexive (normally haben: ich habe mich entspannt).