verb
aanschaffen, verwerven, kopen
B1
anschaffen is een scheidbaar werkwoord met de betekenis ‘aanschaffen’, ‘kopen’ of ‘verwerven’. Hulpwerkwoord: haben; voltooid deelwoord: angeschafft. Het is regelmatig. In de basis is het niet wederkerig, maar vaak hoor je sich etwas anschaffen: ‘zich iets kopen’.
Voorbeelden
Die Firma will neue Computer anschaffen, um die Arbeit zu erleichtern.
Het bedrijf wil nieuwe computers aanschaffen om het werk te vergemakkelijken.
Sie hat sich ein neues Fahrrad angeschafft.
Ze heeft een nieuwe fiets gekocht.
Ich schaffe mir ein neues Auto an.
Ik ga een nieuwe auto aanschaffen.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand voor die gaat winkelen en een nieuw voorwerp met het label „angeschafft” het huis binnendraagt.
Denk aan „fetch and” — je haalt iets op (verwerft het) en brengt het naar binnen.
Opmerkingen
Anschaffen is een scheidbaar werkwoord (schaffe an) en krijgt in de voltooide tijden meestal „haben”. Het is een regelmatig (zwak) werkwoord.