verb
aanvullen, completeren, toevoegen
B1
ergänzen betekent ‘aanvullen’, ‘completeren’ of ‘toevoegen’. Het is een regelmatig, transitief werkwoord en vormt het perfect met haben: hat ergänzt. Vaak gebruikt bij teksten, gegevens en formulieren.
Voorbeelden
Ich ergänze den Satz.
Ik vul de zin aan.
Ich habe den Text ergänzt.
Ik heb de tekst aangevuld.
Der Redakteur ergänzte den Artikel, nachdem die Reporterin neue Informationen lieferte.
De redacteur vulde het artikel aan nadat de verslaggeefster nieuwe informatie had geleverd.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat je de ontbrekende puzzelstukjes toevoegt om het beeld compleet te maken.
Denk aan ‘again’ → opnieuw iets toevoegen: ‘ergänzen’ voegt iets toe.
Opmerkingen
Een regelmatig werkwoord dat betekent iets toevoegen om het vollediger te maken. Vaak gebruikt met ‘durch’ of met een lijdend voorwerp.