verb
gebeuren, plaatsvinden, zich voordoen
B1
Ereignen betekent ‘gebeuren’ of ‘plaatsvinden’. Het wordt meestal wederkerend gebruikt: sich ereignen. Het is een regelmatig, niet-scheidbaar werkwoord en vormt het Perfekt met haben: hat sich ereignet. Vooral gebruikelijk in formele taal.
Voorbeelden
Es hat sich etwas Besonderes ereignet.
Er is iets bijzonders gebeurd.
Das Unglück ereignete sich gestern.
Het ongeluk gebeurde gisteren.
Ein Unfall hat sich gestern auf der Autobahn ereignet.
Er heeft zich gisteren een ongeluk voorgedaan op de snelweg.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een gebeurtenis voor die plots oplicht op een tijdlijn — iets ‘ereignet’.
Klinkt als ‘event’ als je op de wortel focust — denk aan een ‘herontsteking’ van gebeurtenissen.
Opmerkingen
ereignen wordt vaak wederkerend gebruikt (sich ereignen) en is typisch in formele of nieuwscontexten (bijv. «Es hat sich ein Unfall ereignet»). Het is meestal onovergankelijk en komt vaak voor met onpersoonlijke onderwerpen. Passieve vormen zijn niet van toepassing, omdat het werkwoord onovergankelijk/wederkerend is en geen normaal (agentief) passief vormt.