Erdapfel

noun
aardappel
B1

Erdapfel (der): regionaal woord voor ‘aardappel’, vooral in Oostenrijk en Zuid-Duitsland. Meervoud: Erdäpfel. Mannelijk zelfstandig naamwoord, normaal verbogen; in standaardduits is Kartoffel gebruikelijker.

Voorbeelden

Die Köchin legte die geschälten Erdapfel in den Topf, weil die Gäste einen traditionellen Eintopf wünschten.
De kokkin deed de geschilde aardappelen in de pot, omdat de gasten een traditionele stoofpot wilden.
Der Bauer hat einen großen Erdapfel geerntet.
De boer oogstte een grote aardappel.
In Österreich nennt man die Kartoffel auch Erdapfel.
In Oostenrijk noemt men de aardappel ook wel ‘Erdapfel’.

Details

MeervoudErdäpfel

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Erdapfeldie Erdäpfel
genitivedes Erdapfelsder Erdäpfel
dativedem Erdapfelden Erdäpfeln
accusativeden Erdapfeldie Erdäpfel

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een aardappel voor in de vorm van een appel, net onder het grondoppervlak, nog met aarde erop.
👂Klinkt als 'earth apple' in het Engels — een appel van de aarde = aardappel.
⚧️der → denk aan 'der Bauer' (de boer): de boer (der) graaft de Erdapfel op.

Opmerkingen

Erdapfel is een regionaal of ouderwets woord voor aardappel in sommige Duitse dialecten (vooral Oostenrijks/Beiers). Het gebruikelijke standaardwoord is Kartoffel. Gebruik Erdapfel vooral in regionale contexten of historische teksten.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek