verb
ontstaan, opkomen, zich vormen, voortkomen
B1
entstehen: sterk, onovergankelijk werkwoord met de betekenis ‘ontstaan’, ‘zich vormen’ of ‘opkomen’. Perfekt met sein: ich bin entstanden; voltooid deelwoord: entstanden; preteritumstam: entstand-. Vaak met aus: entstehen aus etwas.
Voorbeelden
Die Stadt entstand im Mittelalter.
De stad ontstond in de middeleeuwen.
Das Gebäude entstand im Jahr 1963.
Het gebouw werd in 1963 gebouwd.
Ein neues Problem entsteht.
Er ontstaat een nieuw probleem.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een kleine vonk voor die groeit: uit die vonk ontstaat een structuur — die ‘entsteht’.
klinkt een beetje als ‘enter + stay’ — stel je voor dat iets ‘binnenkomt’ en dan ‘blijft’ om te onthouden dat het begint te bestaan.
Opmerkingen
Entstehen is een onovergankelijk werkwoord (het neemt geen lijdend voorwerp). Het gebruikt het hulpwerkwoord sein in voltooide tijden (ist entstanden). Vaak gebruikt voor processen, veranderingen van toestand of dingen die beginnen te bestaan. | Onovergankelijk werkwoord; passieve vervoegingen zijn niet van toepassing.