verb
ontdekken, te weten komen, vaststellen
B1
entdecken betekent „ontdekken” of „vaststellen/te weten komen”. Het is een regelmatig zwak werkwoord met haben in het perfekt: hat entdeckt. Niet scheidbaar en niet wederkerig; meestal met een lijdend voorwerp in de accusatief.
Voorbeelden
Kolumbus entdeckte Amerika.
Columbus ontdekte Amerika.
Wir haben gestern ein altes Fotoalbum entdeckt.
We hebben gisteren een oud fotoalbum ontdekt.
Der Forscher entdeckte eine neue Art, nachdem er lange Proben untersucht hatte.
De onderzoeker ontdekte een nieuwe soort nadat hij lange tijd monsters had onderzocht.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat je een deken („Decke”) optilt om een nieuw voorwerp te onthullen — je „ent-deckt” het.
Denk aan „enter” + „decken” (bedekken) — je „ont-dekt” iets wanneer je het onthult.
Niet van toepassing op werkwoorden.
Opmerkingen
Entdecken is een scheidbaar-onscheidbaar prefixwerkwoord (ent-). Het is een regelmatig (zwak) werkwoord en vormt het voltooid deelwoord met „haben”.