noun
kleindochter
B1
Enkelin is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: ‘kleindochter’. Meervoud: Enkelinnen. De mannelijke vorm is Enkel. Gewone verbuiging. Veel gebruikt in de familiesfeer: meine Enkelin, der Enkelin, den Enkelinnen.
Voorbeelden
Meine Enkelin ist da.
Mijn kleindochter is er.
Die Tante schickte ihrer Enkelin ein Paket, obwohl das Kind schon viele Geschenke bekommen hatte.
De tante stuurde haar kleindochter een pakket, hoewel het kind al veel cadeaus had gekregen.
Die Enkelin hat uns gestern ein Bild gemalt.
De kleindochter heeft ons gisteren een tekening gemaakt.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een grootmoeder voor met een klein meisje, gelabeld als ‘die Enkelin’.
Enkelin eindigt op -in, een veelvoorkomend vrouwelijk achtervoegsel in het Duits — denk aan ‘meisje’ -> kleindochter.
Die Enkelin — de uitgang -in geeft het vrouwelijke geslacht aan (die).
Opmerkingen
Het achtervoegsel -in markeert de vrouwelijke vorm van ‘Enkel’. Het meervoud is ‘Enkelinnen’.