verb
voortzetten, verdergaan, hervatten
B1
fortsetzen is een scheidbaar werkwoord en betekent voortzetten of hervatten. Je zegt: ich setze fort. Hulpwerkwoord: haben. Het is een zwak, regelmatig werkwoord; voltooid deelwoord: fortgesetzt. Gebruik het voor activiteiten, projecten of gesprekken. Het voorvoegsel fort- staat achteraan.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Wir werden die Sitzung morgen fortsetzen.
We zullen de vergadering morgen voortzetten.
Wir haben die Diskussion fortgesetzt.
We hebben de discussie voortgezet.
Sie setzte ihre Reise fort.
Ze zette haar reis voort.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je voor dat je een rij dominostenen ‘vooruit’ duwt om de lijn voort te zetten: ‘fort-’ = vooruit, ‘setzen’ = zetten
klinkt als ‘for set zen’ — stel je voor dat je iets naar voren zet
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Fortsetzen is een scheidbaar werkwoord (setzen ... fort). In gesproken Duits hoor je vaak de verkorte gebiedende wijs: «Setz die Diskussion fort!» of informeel «Mach weiter».