adjective
smal, nauw, intiem
A2
eng betekent ‘smal’, ‘krap’ of ‘nauw’, en figuurlijk ook ‘hecht’ of ‘intiem’. Het kan gaan over ruimte, kleding of relaties. Het is een trapbaar bijvoeglijk naamwoord: enger, am engsten. Tegenovergestelde: weit.
Voorbeelden
Wir sind eng befreundet und sprechen fast jeden Tag.
We zijn hechte vrienden en praten bijna elke dag.
Die Tasche war eng, weil die Bücher größer waren als erwartet, sodass die Frau zusätzliche Taschen kaufen musste.
De tas zat te vol omdat de boeken groter waren dan verwacht, dus moest de vrouw extra tassen kopen.
Die Straße ist sehr eng, man kann kaum zwei Autos passieren lassen.
De straat is erg smal; twee auto's kunnen er nauwelijks naast elkaar passeren.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een smalle steeg voor waar twee mensen elkaar bijna raken.
Zoals het Engelse ‘eng’ uitgesproken als in ‘length’ zonder de l — kort en dichtbij.
niet van toepassing
Opmerkingen
Kan fysieke smalheid of nauwe relaties beschrijven. Vergrotende trap: «enger», overtreffende trap: «am engsten» of attributief «der engste».