verb
binnenkomen, plaatsvinden, gebeuren, toetreden
B1
eintreten is een scheidbaar sterk werkwoord. Betekenissen: ‘binnenkomen’, ‘gebeuren/plaatsvinden’ of ‘toetreden’. Perfekt met sein: ist eingetreten. Präteritum: trat ein. Vaak met in + accusatief, bijvoorbeeld in een organisatie toetreden.
Voorbeelden
Er wird gleich ins Zimmer eintreten.
Hij zal zo de kamer binnenkomen.
Sie ist in den Verein eingetreten.
Zij is lid geworden van de vereniging.
Der Student trat in den Verein ein, obwohl er anfangs skeptisch war.
De student trad toe tot de vereniging, hoewel hij aanvankelijk sceptisch was.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een deur voor met het voorvoegsel «ein-» dat naar binnen duwt terwijl iemand de drempel over stapt.
Klinkt als Engels «enter» — allebei betekenen ze naar binnen gaan.
Opmerkingen
«Eintreten» is scheidbaar (ein|treten) wanneer het betekent «binnenkomen» of «toetreden». Het gebruikt «sein» als hulpwerkwoord in de voltooide tijden (ist eingetreten). Het is een sterk werkwoord met klinkerwisseling in sommige vormen (tritt). Passieve vormen (Vorgangspassiv) zijn doorgaans niet van toepassing, omdat het werkwoord in zijn kernbetekenissen onovergankelijk is (geen lijdend voorwerp dat onderwerp van een passief kan worden).