noun
toegang, entree, ingang
A1
Eintritt is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent „toegang”, „entree” of „toegangsprijs”. Enkervoud: der Eintritt; meervoud: die Eintritte. Het kan gaan om het binnengaan zelf of om het recht om binnen te komen. Vaak met in + accusatief en in contexten als museum of voorstelling.
Voorbeelden
Die Zuschauer zahlten den Eintritt, obwohl die Vorstellung später begann, weil die Technik Probleme gehabt hatte.
De toeschouwers betaalden de entree, hoewel de voorstelling later begon omdat de techniek problemen had gehad.
Der Eintritt ist durch das Tor auf der linken Seite.
De ingang is via de poort aan de linkerkant.
Der Eintritt kostet fünf Euro.
De entree kost vijf euro.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een draaipoort voor waar je doorheen gaat nadat je hebt betaald.
Klinkt als «in-trit» -> «enter» (ingang/toegang).
der = stel je een mannelijke kaartcontroleur voor die zegt: «Der Eintritt bitte» (mannelijke stem).
Opmerkingen
« Eintritt » kan zowel de handeling van binnengaan betekenen (ingang) als het recht om binnen te gaan (toegang/entreegeld).