adjective
dun, slank, mager
A2
dünn betekent ‘dun, slank, mager’. Het is een gradabel bijvoeglijk naamwoord: dünner, am dünnsten. Tegenovergesteld: dick. Gebruik attributief en predicatief, volgens de normale Duitse adjectiefverbuiging. Kan voor voorwerpen, personen en intensiteit gebruikt worden.
Voorbeelden
Die Suppe war dünn, obwohl der Koch mehr Einlage vorgesehen hatte, sodass die Gäste etwas enttäuscht waren.
De soep was dun, hoewel de kok meer ingrediënten had voorzien, zodat de gasten enigszins teleurgesteld waren.
Sie ist schlank und dünn.
Ze is slank en dun.
Das Buch ist sehr dünn.
Het boek is erg dun.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een heel dun sneetje brood voor met het label «dünn».
klinkt als «thin» (vergelijkbare betekenis).