noun
printer
A1
Drucker is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent „printer” of, afhankelijk van de context, „drukker”. Meervoud: Drucker. Het wordt regelmatig verbogen; belangrijke vormen zijn des Druckers en den Druckern. Meestal gaat het om het apparaat.
Voorbeelden
Ich brauche einen neuen Drucker für meinen Computer.
Ik heb een nieuwe printer voor mijn computer nodig.
Der Drucker ist kaputt, ich muss ihn reparieren.
De printer is kapot, ik moet hem repareren.
Der Techniker reparierte den Drucker, weil die Papiere sonst nicht gedruckt werden konnten.
De technicus repareerde de printer, omdat de papieren anders niet konden worden afgedrukt.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een printer voor met het label 'Drucker' om de betekenis te onthouden.
Klinkt als 'druker' ~ dicht bij het Engelse 'driver', maar denk aan 'printer'.
der — stel je een mannelijke technicus naast de printer voor die 'der Drucker' zegt.
Opmerkingen
Drucker (apparaat) is mannelijk; het meervoud is meestal 'Drucker'.