adjective
dik, vet, breed
A2
dick betekent ‘dik, vet, stevig’. Het is een gradabel bijvoeglijk naamwoord: dicker, am dicksten. Gebruik attributief en predicatief, bijvoorbeeld ein dicker Mantel, Das Buch ist dick. Tegenovergesteld: dünn, schlank. Gewone verbuiging.
Voorbeelden
Der Hund ist ziemlich dick.
De hond is behoorlijk dik.
Der Mantel ist mir zu dick.
De jas is voor mij te dik.
Als das Buch dicker als erwartet war, kaufte der Student es trotzdem, obwohl sein Budget knapp gewesen war.
Toen het boek dikker bleek dan verwacht, kocht de student het toch, hoewel zijn budget krap was geweest.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een dik boek voor om te onthouden dat «dick» = dik.
thick (dezelfde betekenis).
Opmerkingen
Basisbijvoeglijk naamwoord; vergrotende trap: «dicker», overtreffende trap: «am dicksten».