stark

adjective
sterk, krachtig
A2

stark is een bijvoeglijk naamwoord en betekent „sterk”, „krachtig” of „heftig”. Het is trapbaar: stärker, am stärksten. Je gebruikt het voor fysieke kracht, intensiteit of een scherp contrast, bijvoorbeeld ein starker Mann of starke Auswirkungen. Geen vaste prepositie.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Obwohl der Wind stark war, fuhr der Zug pünktlich, weil die Mitarbeiter schnell arbeiteten.
Hoewel de wind hard waaide, reed de trein op tijd, omdat het personeel snel werkte.
Das Unternehmen hat einen starken Einfluss auf den Markt.
Het bedrijf heeft een sterke invloed op de markt.
Er ist sehr stark und kann die Kiste alleine tragen.
Hij is erg sterk en kan de kist alleen dragen.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.GRADABLEVOCABULARY.DETAILS.YES
VOCABULARY.DETAILS.COMPARATIVEstärker
VOCABULARY.DETAILS.SUPERLATIVEam stärksten
VOCABULARY.DETAILS.PARTICIPLEVOCABULARY.DETAILS.NO

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je een superheld voor met het label 'stark' die moeiteloos een zwaar voorwerp optilt.
👂Klinkt als het Engelse 'stark' — onthoud dezelfde betekenis van kracht.

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Veelvoorkomend basisbijvoeglijk naamwoord. Onregelmatige vergrotende en overtreffende trap (umlaut in de vergrotende trap).

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS