adjective
sterk, krachtig
A2
stark is een bijvoeglijk naamwoord en betekent „sterk”, „krachtig” of „heftig”. Het is trapbaar: stärker, am stärksten. Je gebruikt het voor fysieke kracht, intensiteit of een scherp contrast, bijvoorbeeld ein starker Mann of starke Auswirkungen. Geen vaste prepositie.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Obwohl der Wind stark war, fuhr der Zug pünktlich, weil die Mitarbeiter schnell arbeiteten.
Hoewel de wind hard waaide, reed de trein op tijd, omdat het personeel snel werkte.
Das Unternehmen hat einen starken Einfluss auf den Markt.
Het bedrijf heeft een sterke invloed op de markt.
Er ist sehr stark und kann die Kiste alleine tragen.
Hij is erg sterk en kan de kist alleen dragen.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een superheld voor met het label 'stark' die moeiteloos een zwaar voorwerp optilt.
Klinkt als het Engelse 'stark' — onthoud dezelfde betekenis van kracht.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Veelvoorkomend basisbijvoeglijk naamwoord. Onregelmatige vergrotende en overtreffende trap (umlaut in de vergrotende trap).