adverb
daarop, erna, na dat
A2
darauf is een pronominaal bijwoord, opgebouwd uit da + voorzetsel. Het betekent ‘daarop, erop’ en vaak ook ‘daarna’. Het verwijst terug naar iets dat al genoemd is, bijvoorbeeld bij werkwoorden met voorzetsel: warten auf → darauf warten.
Voorbeelden
Das Buch liegt darauf.
Het boek ligt erop.
Der Schüler wartete darauf, dass der Lehrer die Prüfungen zurückgab, weil er die Note wissen wollte.
De leerling wachtte tot de leraar de toetsen teruggaf, omdat hij het cijfer wilde weten.
Wir sprechen später, und darauf folgen die Details per E‑Mail.
We spreken later, en daarna volgen de details per e-mail.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een hand voor die naar dat oppervlak wijst — „darauf”.
Klinkt als „da roof” — stel je iets voor dat op een dak ligt (erop).