fast

adverb
bijna, nagenoeg
A2

fast is een bijwoord van graad en betekent ‘bijna’ of ‘nagenoeg’. Je gebruikt het voor een getal, bijvoeglijk naamwoord of werkwoord: fast zehn, fast fertig. Niet verwarren met Engels fast, dat ‘snel’ betekent.

Voorbeelden

Der Bus verpasste fast die Haltestelle, weil der Fahrer zu spät bremste.
De bus miste bijna de halte, omdat de chauffeur te laat remde.
Es ist fast neun Uhr.
Het is bijna negen uur.
Ich habe es fast geschafft.
Ik heb het bijna gehaald.

Details

Typedegree

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een voortgangsbalk voor die bijna vol is, met het label «fast» erboven — bijna klaar.
👂Klinkt als het Engelse «fast» — maar in het Duits betekent het «bijna» of «nagenoeg».

Opmerkingen

In het Duits betekent «fast» meestal «bijna» of «nagenoeg». Niet verwarren met het Engelse bijvoeglijk naamwoord «fast» (snel).

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek