adverb
bijna, nagenoeg
A2
fast is een bijwoord van graad en betekent ‘bijna’ of ‘nagenoeg’. Je gebruikt het voor een getal, bijvoeglijk naamwoord of werkwoord: fast zehn, fast fertig. Niet verwarren met Engels fast, dat ‘snel’ betekent.
Voorbeelden
Der Bus verpasste fast die Haltestelle, weil der Fahrer zu spät bremste.
De bus miste bijna de halte, omdat de chauffeur te laat remde.
Es ist fast neun Uhr.
Het is bijna negen uur.
Ich habe es fast geschafft.
Ik heb het bijna gehaald.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een voortgangsbalk voor die bijna vol is, met het label «fast» erboven — bijna klaar.
Klinkt als het Engelse «fast» — maar in het Duits betekent het «bijna» of «nagenoeg».
Opmerkingen
In het Duits betekent «fast» meestal «bijna» of «nagenoeg». Niet verwarren met het Engelse bijvoeglijk naamwoord «fast» (snel).