danken

verb
danken, bedanken
A1

Regelmatig werkwoord: „danken” betekent „danken / bedanken”. Het staat vaak met de datief: jemandem danken. Perfekt met haben: hat gedankt. Niet scheidbaar en niet wederkerig; imperatief: danke, dankt.

Voorbeelden

Ich danke dir für deine Hilfe.
Ik dank je voor je hulp.
Ich habe dir gedankt.
Ik heb je bedankt.
Er dankte ihr für das Geschenk.
Hij bedankte haar voor het cadeau.

Details

Hulpwerkwoordhaben
ScheidbaarNee
RegelmatigJa
Werkwoordtypeweak

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es dankt
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es dankte
Perfekter/sie/es hat gedankt

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je voor dat je ‘dank je wel’ zegt en een klein buiginkje maakt.
👂Denk aan ‘thank’ + ‘en’ — als Engels ‘thank’ met de Duitse infinitiefuitgang.

Opmerkingen

„Danken” neemt een datiefobject (ich danke dir). Passieve vormen zijn doorgaans niet van toepassing op dit onovergankelijke / datief-vereisende werkwoord.

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek

ichdanke
dudankst
er/sie/esdankt
wirdanken
ihrdankt
sie/Siedanken
ichdanke
dudankest
er/sie/esdanke
wirdanken
ihrdanket
sie/Siedanken
ichwürde danken
duwürdest danken
er/sie/eswürde danken
wirwürden danken
ihrwürdet danken
sie/Siewürden danken
dudanke
ihrdankt
Siedanken