adverb
daarbij, aanwezig
A2
dabei is een veelgebruikt bijwoord. Het betekent vaak ‘erbij / mee’ of ‘ik doe mee’ in ich bin dabei, en ook ‘bij zich hebben’ in etwas dabei haben. Komt veel voor in vaste uitdrukkingen zoals dabei sein en vraagt geen voorzetsel.
Voorbeelden
Ich habe das Rezept und die Liste dabei.
Ik heb het recept en de lijst bij me.
Sie war nicht zu Hause, aber beim Treffen trotzdem dabei.
Ze was niet thuis, maar toch was ze aanwezig bij de bijeenkomst.
Die Kollegen trafen sich zum Mittagessen, wobei Maria nicht dabei war, weil sie krank blieb.
De collega’s kwamen samen voor de lunch, maar Maria was er niet omdat ze ziek bleef.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat je 'daar bij' iemand bent (da-by), dus je bent aanwezig.
Klinkt als 'da buy' — stel je voor dat je daar iets koopt en aanwezig bent.