adjective
kleurrijk, veelkleurig
A2
bunt betekent ‘kleurig, bont, veelkleurig’, bijvoorbeeld bij kleding, patronen of decoratie. Het is een gewoon bijvoeglijk naamwoord met trappen van vergelijking: bunter, am buntesten. Tegenovergesteld: einfarbig. Normale Duitse adjectiefverbuiging.
Voorbeelden
Der bunte Regenbogen hat viele Farben.
De kleurrijke regenboog heeft veel kleuren.
Die Kinder trugen bunte Kostüme, weil der Karneval am Wochenende stattfand.
De kinderen droegen kleurrijke kostuums, omdat het carnaval in het weekend plaatsvond.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een fel, veelkleurig paradevaandel voor met het label ‘bunt’.
Denk aan ‘bunt’ als een bundel kleuren — veel kleuren samengebonden.
Opmerkingen
Gebruikt om veel kleuren te beschrijven; vergrotende trap «bunter», overtreffende trap «am buntesten».