noun
buffet
B1
Buffet (o.) betekent ‘buffet’ als zelfbedieningsmaaltijd, maar ook ‘buffetkast’ of dressoir als meubel. Meervoud: Buffets. Het is een leenwoord uit het Frans en komt vaak voor in hotels, restaurants en bij evenementen. Regelmatige verbuiging.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Das Buffet im Hotel war sehr reichhaltig.
Het buffet in het hotel was zeer uitgebreid.
Die Gäste standen am Buffet, weil das Frühstück spät serviert wurde.
De gasten stonden bij het buffet omdat het ontbijt laat werd geserveerd.
Das Buffet im Hotel war sehr reichhaltig und lecker.
Het buffet in het hotel was zeer uitgebreid en heerlijk.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een lange tafel vol gerechten voor waar mensen zichzelf bedienen.
hetzelfde als Engels «buffet».
das (onzijdig) — stel je een neutrale lange tafel voor met een tafelkleed: «das Buffet».
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
In het Duits verwijst «Buffet» vaak naar een zelfbedieningsopstelling (zoals in hotels of op evenementen). Het meervoud wordt vaak gevormd met -s (Buffets).