adjective
open, openhartig
A2
offen is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenissen ‘open’ in letterlijke zin en ‘openhartig / direct’ in figuurlijke zin. Het is trapbaar: offener, am offensten. Gebruikelijk in combinaties als offen für en offen gegenüber; tegenovergestelde: geschlossen, zu, heimlich.
Voorbeelden
Die Tür blieb offen, obwohl niemand den Raum betreten sollte.
De deur bleef open, hoewel niemand de kamer mocht betreden.
Die Tür ist offen.
De deur staat open.
Sie ist immer offen und ehrlich.
Ze is altijd open en eerlijk.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een deur voor die wijd openstaat om «offen» te onthouden
Denk aan het Engelse «open», dat vergelijkbaar klinkt
Opmerkingen
Wordt zowel gebruikt voor fysieke openheid als voor iemands karakter (« offen sein » = open/openhartig zijn).