noun
burger, inwoner, staatsburger
B1
Bürger betekent ‘burger’, ‘inwoner’ of ‘staatsburger’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Bürger, meervoud die Bürger zonder vormverandering. De vrouwelijke vorm is Bürgerin. Vaak gebruikt in politieke en juridische context, bijvoorbeeld in Bürgerrechte.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Die Zeitung informierte die Bürger, damit sie über die neue Regelung Bescheid wüssten.
De krant informeerde de burgers, zodat zij op de hoogte zouden zijn van de nieuwe regeling.
Der Bürger hat seine Stimme bei der Wahl abgegeben.
De burger heeft zijn stem uitgebracht bij de verkiezingen.
Jeder Bürger hat das Recht, seine Meinung frei zu äußern.
Elke burger heeft het recht zijn mening vrij te uiten.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een burger (Bürger) voor die voor het stadhuis staat met een kleine Duitse vlag.
Klinkt als «burger» (Engels), maar onthoud dat «Bürger» burger betekent.
Mannelijk: «der» — denk aan een man (der Mann) om «der Bürger» te onthouden.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Pas op voor de Engelse valse vriend «burger»; «Bürger» betekent burger, niet een broodje. Het meervoud heeft dezelfde vorm als het enkelvoud (die Bürger).