adjective
mooi, knap, aantrekkelijk, lief
B1
hübsch betekent „knap”, „lief” of „mooi”, afhankelijk van de context. Het is een gewoon bijvoeglijk naamwoord met vergelijking: hübscher, am hübschesten. Je gebruikt het attributief en predicatief. De toon is meestal vriendelijk en positief, vaak bij mensen of dingen.
Voorbeelden
Die Frau fand das Kleid hübsch, obwohl es im Laden schon reduziert war.
De vrouw vond de jurk mooi, hoewel die in de winkel al was afgeprijsd.
Er fand das neue Kleid ihrer Freundin hübsch und passend für die Party.
Hij vond de nieuwe jurk van zijn vriendin mooi en geschikt voor het feest.
Das kleine Haus am See sieht sehr hübsch aus.
Het kleine huis aan het meer ziet er heel mooi uit.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een mooie ansichtkaart voor met het woord ‘hübsch’ erop in sierlijk handschrift.
huebsch — klinkt als ‘hubs’, maar denk aan een ‘hub’ van schoonheid; koppel het aan ‘mooi’.