adjective
bleek
B1
blass betekent ‘bleek’ of ‘flets’, voor huid, kleuren of zwak licht. Het is een trapbaar bijvoeglijk naamwoord: blasser, am blassesten. Ook figuurlijk voor iemand zonder energie. Gebruik zowel attributief als predicatief: ein blasses Gesicht, Das Licht ist blass.
Voorbeelden
Obwohl die Patientin blass gewesen war, beruhigte der Arzt die Angehörigen, weil alles kontrolliert worden war.
Hoewel de patiënte bleek was geweest, stelde de arts de familie gerust omdat alles was gecontroleerd.
Sie wurde blass, als sie die schlechte Nachricht hörte.
Ze werd bleek toen ze het slechte nieuws hoorde.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een gezicht voor dat bij angst de kleur krijgt van dun, wit porselein.
Klinkt als ‘glass’ zonder de g — stel je een bleek, glazig gezicht voor.
Opmerkingen
Wordt vaak gebruikt voor huidskleur of kleurtoon (bijv. iemand die bleek wordt van schrik of ziekte).