adjective
gekleurd, kleurrijk, veelkleurig
B1
farbig betekent „gekleurd” of „veelkleurig”. Vergelijking: farbiger, am farbigsten. Het is een gewoon bijvoeglijk naamwoord, vaak gebruikt voor stoffen, afbeeldingen, drukwerk en decoratieve voorwerpen. Veelvoorkomende antoniemen zijn blass en farblos. Attributief en predicatief bruikbaar.
Voorbeelden
Die Kinder malten farbige Bilder, nachdem die Lehrerin Farben ausgab, weil das Thema Frühlingsfest war.
De kinderen schilderden kleurrijke afbeeldingen nadat de lerares verf had uitgedeeld, omdat het thema het lentefeest was.
Die Kinder malten ein farbiges Bild.
De kinderen schilderden een kleurrijke afbeelding.
Das farbige Tuch passt gut zum Sofa.
De gekleurde stof past goed bij de bank.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een groot schilderij vol kleuren voor — het is heel ‘farbig’.
denk aan ‘far’ + ‘big’ -> grote kleur (kleurrijk).
Opmerkingen
Wordt gebruikt om iets te beschrijven dat kleur of kleuren heeft. Kan attributief en predicatief worden gebruikt.