adjective
bitter
A1
bitter betekent ‘bitter’ van smaak en figuurlijk ook ‘wrang’ of ‘pijnlijk’. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat je kunt vergelijken: bitterer, am bittersten. Tegenovergestelde: süß. Het wordt attributief en predicatief gebruikt, bv. bitterer Kaffee, bittere Enttäuschung.
Voorbeelden
Der Kaffee schmeckte bitter, obwohl die Bohnen frisch geröstet worden waren.
De koffie smaakte bitter, hoewel de bonen vers waren geroosterd.
Der Kaffee ist zu bitter für mich.
De koffie is te bitter voor mij.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat je iets proeft dat scherp smaakt en je doet grimassen.
klinkt als Engels ‘bitter’ — hetzelfde woord, dezelfde betekenis.
n/a
Opmerkingen
Gebruikt om smaak te beschrijven en ook figuurlijk (een bittere nederlaag).