verb
vragen, smeken, verzoeken
A1
Sterk, onregelmatig werkwoord: bitten betekent „vragen, verzoeken, smeken”. Hulwerkwoord haben; verleden tijd bat, voltooid deelwoord gebeten. Veelgebruikte constructies: jemanden bitten, jemanden um etwas bitten, of bitten, etwas te doen. Niet wederkerig, vaak met accusatief.
Voorbeelden
Der Nachbar bat um Hilfe, weil das Dach im Sturm beschädigt worden war.
De buurman vroeg om hulp omdat het dak tijdens de storm beschadigd was.
Sie bat um Ruhe.
Ze vroeg om stilte.
Sie baten den Lehrer um Rat.
Ze vroegen de leraar om advies.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand voor die beleefd een hand uitsteekt en om iets vraagt.
«bitten» lijkt op het Engelse «bitten», maar betekent iets anders: vragen.
Opmerkingen
Sterk (onregelmatig) werkwoord: Präteritum «bat», Partizip II «gebeten». Gebruikt «haben» als hulpwerkwoord. Niet verwarren met het beleefde partikel «bitte».