verb
begeleiden, toezicht houden op, verzorgen
B1
‘betreuen’ betekent voor iemand of iets zorgen, begeleiden, bewaken of onder toezicht hebben. Het is een regelmatig zwak werkwoord, niet-scheidbaar en niet-reflexief. Perfekt met ‘haben’: ‘hat betreut’. Veel gebruikt in zorg, kinderopvang en projectbegeleiding.
Voorbeelden
Ich habe die Gruppe betreut.
Ik heb de groep begeleid.
Die Sozialarbeiter betreuten die Familie, weil das Kind besondere Unterstützung brauchte.
De maatschappelijk werkers begeleidden het gezin, omdat het kind speciale ondersteuning nodig had.
Ich betreue die Kinder.
Ik zorg voor de kinderen.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een persoon ‘bet’reu’en’ voor — een verzorger met een badge ‘Betreuung’ die kinderen begeleidt
klinkt als ‘be true in’ — denk eraan dat je trouw bent aan je plicht om voor iemand te zorgen
Opmerkingen
‘betreuen’ wordt vaak gebruikt voor toezicht houden of zorg verlenen in sociale, educatieve en medische contexten. Het is een regelmatig (zwak) werkwoord en krijgt geen scheidbaar voorvoegsel.