verb
behandelen, verzorgen, aanpakken, omgaan met
B1
behandeln betekent ‘behandelen’: medisch iemand verzorgen, maar ook met iets omgaan of een onderwerp behandelen. Het is een regelmatig zwak werkwoord met haben. Niet wederkerig en niet scheidbaar. Komt vaak voor in de lijdende vorm: wird behandelt.
Voorbeelden
Der Arzt behandelte den Patienten, nachdem die Untersuchung beendet war.
De arts behandelde de patiënt nadat het onderzoek was afgerond.
Sie hat ihn gut behandelt.
Ze heeft hem goed behandeld.
Bitte behandeln Sie das Paket vorsichtig.
Behandel het pakket alstublieft voorzichtig.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een dokter voor die een patiënt voorzichtig behandelt — «behandeln» = behandelen.
Denk aan «be-HANDLE-n» → handle → iets behandelen/aanpakken.
Opmerkingen
Behandeln is een regelmatig transitief werkwoord dat wordt gebruikt in medische, technische en alledaagse contexten. Het kan in specifieke idiomatische gebruiken wederkerend zijn (bijv. «sich mit etwas behandeln» is ongebruikelijk).