verb
krijgen, ontvangen
A1
bekommen betekent ‘krijgen’ of ‘ontvangen’. Het is een sterk, onregelmatig werkwoord: Präteritum bekam, Konjunktiv II bekäme. In de voltooide tijden gebruikt het haben. Het is niet scheidbaar en niet wederkerend; het voltooid deelwoord is bekommen. Vaak met een lijdend voorwerp.
Voorbeelden
Er bekam einen Brief.
Hij ontving een brief.
Ich bekomme ein Geschenk.
Ik krijg een cadeau.
Sie hat eine gute Note bekommen.
Ze heeft een goed cijfer gekregen.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een pakket voor dat naar jou toe komt met het label «bekommen».
Denk aan «be-come» — iets komt naar je toe, je ontvangt het.
Opmerkingen
Passieve vormen worden normaal niet gebruikt met «bekommen» in de betekenis «ontvangen»; in passieve constructies gebruikt het Duits eerder werkwoorden zoals «erhalten». Daarom zijn passieve vervoegingen gemarkeerd als «niet van toepassing».