verb
gaan winkelen, inkopen doen
A1
einkaufen is een scheidbaar, regelmatig werkwoord en betekent ‘boodschappen doen’ of ‘inkopen’. Vaak in de uitdrukking einkaufen gehen = gaan winkelen/boodschappen doen. Voltooid deelwoord: eingekauft, met haben. Imperatief: kauf(e) ein!
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Wir gehen heute Abend einkaufen.
We gaan vanavond winkelen.
Sie kaufte im Bioladen ein.
Ze deed boodschappen in de biologische winkel.
Sie kauft im Supermarkt ein.
Ze doet boodschappen in de supermarkt.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je voor dat je een winkel binnengaat en een tas draagt om ‘einkaufen’ te onthouden (naar binnen + kopen).
klinkt als ‘in-kaufen’ — naar binnen gaan om te kopen.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Scheidbaar werkwoord (ein-kaufen). Neemt «haben» in voltooide tijden. Regelmatige (zwakke) vervoeging. Onovergankelijk werkwoord; passieve vormen zijn niet van toepassing.