verb
brengen, meenemen, bezorgen
A1
bringen betekent ‘brengen’, ‘meenemen’ of ‘bezorgen’. Het is een gemengd onregelmatig werkwoord: verleden tijd brachte, voltooid deelwoord gebracht. Het is niet scheidbaar en niet wederkerend, en staat vaak met een lijdend voorwerp: Sie bringt mir das Buch. In het passief: gebracht werden.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Er brachte Blumen mit.
Hij bracht bloemen mee.
Der Kurier bringt das Paket heute.
De koerier bezorgt het pakket vandaag.
Theresa hat mir Tee gebracht.
Theresa bracht me thee.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je voor dat je iets draagt en zegt: «Ik ga het brengen».
Klinkt als het Engelse «bring» — hetzelfde idee.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Gemengd werkwoord: verleden tijd « brachte », voltooid deelwoord « gebracht ». Vaak gebruikt voor zowel dragen als bezorgen.