behalten

verb
bewaren, houden, behouden
B1

behalten is een sterk, onregelmatig werkwoord en betekent ‘houden’, ‘bewaren’ of ‘behouden’. Hulpwerkwoord: haben. Tegenwoordige tijd: er behält; verleden tijd: behielt; voltooid deelwoord: behalten. Het is transitief, niet-scheidbaar en niet wederkerig. Vaak gebruikt voor spullen, geld of herinneringen.

Voorbeelden

Ich behalte das Buch.
Ik houd het boek.
Er behielt seine Meinung für sich.
Hij hield zijn mening voor zich.
Ich habe das Buch behalten.
Ik heb het boek bewaard.

Details

Hulpwerkwoordhaben
ScheidbaarNee
RegelmatigNee
Werkwoordtypestrong
StamveranderingenPresent: behalt- → behält- (du/er/sie/es); Preterite: behielt; Partizip II: behalten

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es behält
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es behielt
Perfekter/sie/es hat behalten

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je voor dat je een voorwerp dicht tegen je borst houdt en het niet loslaat — je «houdt» het.
👂Klinkt een beetje als «be halted» — stel je voor dat je stopt en iets op zijn plaats houdt.

Opmerkingen

Wordt vaak transitief gebruikt (iets bewaren/houden). In contexten zoals onthouden kan het ook betekenen: «vasthouden» of «behouden» (bijv. informatie). Opmerking: vormen van Konjunktiv I voor de eenvoudige verleden tijd (Präteritum) worden niet gebruikt — die vakjes zijn gemarkeerd als niet van toepassing.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek

ichbehalte
dubehältst
er/sie/esbehält
wirbehalten
ihrbehaltet
sie/Siebehalten
ichwerde behalten
duwirst behalten
er/sie/eswird behalten
wirwerden behalten
ihrwerdet behalten
sie/Siewerden behalten
ichbehalte
dubehaltest
er/sie/esbehalte
wirbehalten
ihrbehaltet
sie/Siebehalten
ichwerde behalten
duwerdest behalten
er/sie/eswerde behalten
wirwerden behalten
ihrwerdet behalten
sie/Siewerden behalten
ichbehielte
dubehieltest
er/sie/esbehielte
wirbehielten
ihrbehieltet
sie/Siebehielten
ichwürde behalten
duwürdest behalten
er/sie/eswürde behalten
wirwürden behalten
ihrwürdet behalten
sie/Siewürden behalten
dubehalt(e)
ihrbehaltet
Siebehalten