verb
begroeten, verwelkomen, groeten
B1
begrüßen is een regelmatig, niet-scheidbaar werkwoord met de betekenis ‘begroeten’ of ‘verwelkomen’. Perfekt met haben: hat begrüßt. Het is overgankelijk: jemanden begrüßen. Veel gebruikt in zowel formele als alledaagse situaties.
Voorbeelden
Ich begrüße meine Gäste.
Ik begroet mijn gasten.
Er begrüßte die Anwesenden.
Hij begroette de aanwezigen.
Die Moderatorin begrüßte die Gäste, bevor die Diskussion begann, und stellte die Regeln vor.
De presentatrice verwelkomde de gasten voordat de discussie begon en legde de regels uit.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat je je armen opent om iemand te begroeten; «begr-» is als het begin van het welkom, en «-üssen» als «jij bent welkom».
Denk aan «be-GREW-sen» → «greet» (klinkt een beetje als «greet»).
Opmerkingen
Regelmatig zwak werkwoord. Het voltooid deelwoord en de bijvoeglijke vorm «begrüßt» komen vaak voor. Gebruikt in zowel formele als informele contexten (bijv. begrüßen Sie).