verb
naar beneden gooien, afgooien, omvergooien
B1
runterwerfen is een scheidbaar sterk werkwoord en betekent ‘naar beneden gooien’ of ‘eraf gooien’. In de hoofdzin scheidt runter zich af: du wirfst es runter. Voltooid deelwoord: runtergeworfen; perfect met haben. Onregelmatig: du wirfst, er wirft.
Voorbeelden
Er hat die Tasse aus Versehen runtergeworfen.
Hij liet de beker per ongeluk vallen.
Ich habe das Buch runtergeworfen.
Ik heb het boek naar beneden gegooid.
Ich werfe den Ball runter.
Ik gooi de bal naar beneden.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat iemand een kopje van tafel gooit — het gaat 'runter' (omlaag) omdat het 'geworfen' is.
Denk aan 'runter' = 'omlaag' + 'werfen' = 'gooien' (zoals 'naar beneden gooien').
Opmerkingen
Scheidbaar werkwoord: in de tegenwoordige tijd scheidt het voorvoegsel 'runter' zich af (bijv. 'ich werfe die Tasse runter'). Het voltooid deelwoord is meestal 'runtergeworfen' (of formeler 'heruntergeworfen'). Gebruikt 'haben' in voltooide tijden.