noun
bouwplaats, bouwterrein
A2
Baustelle is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘bouwplaats’ of ‘werf’. Meervoud: Baustellen. Gewone verbuiging: die Baustelle, die Baustellen. Komt vaak voor met auf of an, bijvoorbeeld auf der Baustelle arbeiten. De context bepaalt of het om de plek of het werk gaat.
Voorbeelden
Hier ist eine Baustelle. Sie müssen eine Umleitung nehmen.
Hier is een wegwerkzaamheden. U moet omrijden.
Die Kinder durften nicht auf die Baustelle gehen, weil dort schwere Maschinen standen.
De kinderen mochten niet naar de bouwplaats gaan, omdat daar zware machines stonden.
Die neue Baustelle in der Innenstadt sorgt für viel Lärm.
De nieuwe bouwplaats in het centrum zorgt voor veel lawaai.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een afgezet terrein voor met kranen en een groot bord „Bau” en een gele helm — dat beeld is een Baustelle.
Denk aan „bow-stella” — stel je voor dat je buigt voor een ster op een bouwplaats.
Baustelle is vrouwelijk (die). Stel je een vrouwelijke bouwmanager (die Chefin) voor die voor de locatie staat om „die Baustelle” te onthouden.
Opmerkingen
Verwijst naar een fysieke plek waar bouwwerkzaamheden plaatsvinden. Komt vaak voor op borden en in verkeersmeldingen (bijv. vertraging door een Baustelle). Meervoud: Baustellen.