noun
boer, landbouwer
B1
Bauer betekent „boer” of „landbouwer”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Bauer. Meervoud: die Bauern. Het is een zwak zelfstandig naamwoord, dus in de verbogen vormen van het enkelvoud komt vaak -n: dem Bauern, des Bauern.
Voorbeelden
Der Bauer arbeitet auf dem Feld.
De boer werkt op het veld.
Das Getreide wurde vom Bauer verkauft, obwohl der Preis diesmal niedriger war.
Het graan werd door de boer verkocht, hoewel de prijs deze keer lager was.
Der Bauer arbeitet früh am Morgen auf dem Feld.
De boer werkt vroeg in de ochtend op het veld.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een baardige man met een hooivork in een veld voor — dat is de Bauer.
Klinkt als het Engelse «bower» — denk aan een schuilplaats of veld van een boer.
Der Bauer — mannelijk (der). Stel je een mannelijke boer voor om «der» te onthouden.
Opmerkingen
Een veelvoorkomend alledaags woord voor iemand die in de landbouw werkt. Meervoud is «Bauern».